7 dagen, 8.00-22.00 uur 088-8338888
088-8338888Gratis en vrijblijvende intake 7 dagen per week 8.00-22.00 uur

Aansprakelijkheidsrecht - Bestuursaansprakelijkheid

Ben jij een bestuurder, commissaris of toezichthouder? Ben je vergeten om de jaarrekening tijdig in te dienen en heeft dit gevolgen? Wordt er gesteld dat je onvoldoende toezicht hebt gehouden? Voor een aansprakelijkheidsrechtadvocaat zijn deze vragen beke

Plaats opdracht

Advocaat Bestuursaansprakelijkheid

Bestuursaansprakelijkheid en advocaat

Een advocaat zal in het geval van bestuursaansprakelijkheid vaak het verschil kunnen maken. Bestuursaansprakelijk komt voornamelijk voor bij faillissementen. Het is hierbij van groot belang om vroegtijdig te inventariseren, om de juiste boedel vast te stellen. Stel dat jouw bedrijf wellicht tegen een faillissement aanloopt, dan is het raadzaam om zo tijdig mogelijk advies in te winnen bij een advocaat die ervaring heeft in aanklachten van bestuursaansprakelijkheid. Vaak treden advocaten ook op als curator. Op deze wijze hebben zij ervaring en kunnen zij optreden voor bestuurders na aansprakelijkstelling, en procederen tijdens eventuele procedures. Zij kennen hierbij de verdediging vanuit curator en verdediging van bestuurder. Met deze kennis kunnen zij ook adviseren over aansprakelijkheden in en buiten faillissement.

Hoe stel je een bestuurder aansprakelijk?

Bestuurdersaansprakelijkheid wordt in het algemeen aansprakelijk gesteld bij een onbehoorlijke taakvervulling volgens artikel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, maar zodra er een bijzondere situatie is, zoals een faillissement, dan zal een specifiekere bepaling van toepassing zijn, te weten artikel 248 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze bepaling bevat vereisten die ook terug te vinden zijn in artikel 138 van hetzelfde boek. Het verschil is echter dat het eerste artikel is opgesteld voor een B.V. en het tweede artikel voor een N.V.

Buiten faillissement
Een bestuurder behoort zijn taak tegenover de vennootschap behoorlijk te vervullen. Dit is echter een vaag criterium dat vragen oproept: wat zijn de taken en wanneer worden deze ‘behoorlijk’ vervuld? De invulling van het begrip ‘behoorlijk’ is omschreven in een uitspraak van de Hoge Raad. Zij heeft bepaald dat er sprake is van een onbehoorlijk bestuur indien de bestuurder een ‘ernstig verwijt’ kan worden gemaakt. Als een redelijk handelend en ervaren bestuurder in dezelfde situatie normaal gesproken van de situatie had afgezien, dan is er sprake van een ernstig verwijt. Je kunt op grond van dit ernstige verwijt uiteindelijk de bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen voor de schade die door zijn of haar handelen is veroorzaakt. Het volgende voorbeeld maakt duidelijk wanneer er sprake is van een onbehoorlijk bestuur:

Voorbeeld
Jaap Kleinsma is al bijna 15 jaar bestuurder van stichting basisschool Zuid. Hij heeft deze taak altijd uitgevoerd samen met Sigrid Leusen, die officieel als commissaris functioneert. Aangezien het werk te veel wordt, zijn Jaap en Sigrid op zoek naar een tweede bestuurder die net als Jaap zal worden ingeschreven in het handelsregister. Ze hebben een geschikte kandidaat gevonden, Bastiaan van Leeuwen. Bastiaan gaat aan de slag als bestuurder, maar voordat hij zich officieel als bestuurder wil inschrijven, neemt hij de boekhouding door om hierin enig inzicht te krijgen. Tijdens het doorspitten van deze boekhouding, stuit hij op enkele onverantwoorde en buitensporige grote financiële uitgiften. Hij vraagt Jaap voor een verklaring. Jaap kan niet anders dan toegeven dan dat hij soms onverantwoord heeft gehandeld en dat de stichting op dit moment financiële problemen heeft. 

Bastiaan is wellicht nog niet ingeschreven als bestuurder, maar hij is wel aangenomen als tweede bestuurder. Daarnaast oefent hij deze taak al een aantal weken uit. Hij is hierdoor bevoegd om Jaap aan te spreken op een onbehoorlijk bestuur. Stel dat leden van de stichting door het gedrag van Jaap schade hebben geleden, mogen zij deze schade verhalen door een vordering uit onrechtmatige daad in te stellen.

In faillissement
Uit artikel 248 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek blijkt dat een bestuurder aangesproken kan worden als er sprake is van een ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’ en dat dit een belangrijke oorzaak moet zijn voor het faillissement. Het recht om de bestuurder aansprakelijk te stellen is toegekend aan de curator. De bestuurders kunnen dan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

Voordat een bestuurder aansprakelijk wordt gesteld dient er eerst bewezen te worden dat er voldaan is aan de vereisten die in het wetsartikel worden genoemd. De bewijslast ligt bij de curator, dus hij zal uiteindelijk moeten bewijzen dat er sprake is van een ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’. Er zijn twee situaties waarin direct een bewijsvermoeden ontstaat dat er sprake is van een onbehoorlijk bestuur.

  1. Het bestuur heeft nagelaten om een behoorlijke boekhouding te voeren, waaruit de rechten en verplichtingen van de vennoot blijkt.
  2. Het bestuur heeft nagelaten om de jaarrekening binnen 13 dagen na afloop van het boekjaar te publiceren bij de kamer van koophandel. 

Tevens vloeit voort dat dit een oorzaak kan zijn voor het faillissement. Mocht hiervan sprake zijn is het altijd raadzaam om contact op te nemen met advocaatzoeken.nl. Door een opdracht te plaatsen wordt een advocaat gezocht die het beste bij de situatie past en die tevens ervaring heeft op het gebied van faillissementen. Als bestuurder kun je dan samen met je advocaat proberen aan te tonen dat het niet bijhouden van de administratie, of het niet deponeren van de jaarrekening, geen belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Je kunt bijvoorbeeld stellen dat de economische crisis meer invloed heeft gehad op het faillissement dan het te laat indienen van de jaarrekening. Een advocaat zal meer mogelijkheden ontdekken waarop je kunt bewijzen dat het handelen geen oorzaak is geweest van faillissement.

Wanneer ben je als commissaris aansprakelijk?

De aansprakelijkheid van een commissaris hangt van de situatie af. In eerste instantie is het meest duidelijke wanneer, zoals in het voorbeeld van Jaap Kleinsma, de commissaris zich feitelijk gedraagt als bestuurder. Het artikel 2:248 van het Burgerlijk Wetboek is tevens van toepassing op commissarissen. Er staat immers in het artikel dat de curator een feitelijke beleidsbepaler teven aansprakelijk mag stellen. In het volgende voorbeeld wordt duidelijk wanneer er sprake is een commissaris die feitelijk het bestuur uitoefent:

Voorbeeld
Sigrid Leusen werkt full time als commissaris bij stichting basisschool Zuid. Toen Jaap en zij op zoek gingen naar een nieuwe bestuurder, hebben ze samen de beleidsplannen aangepast. Ze wilde een nieuwe start maken, zodra de nieuwe bestuurder aangesteld werd. Sigrid en Jaap hebben veel overleg gehad tijdens het opstellen van de nieuwe beleidsplannen en uiteindelijk hebben ze een document opgesteld waarmee ze beiden tevreden zijn.

Het opstellen van plannen voor het beleid is enkel een taak van een bestuurder. Het wetsartikel bepaalt dat met bestuurder wordt gelijk gesteld ‘degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. Een commissaris heeft echter de taak om toezicht te houden. Zij zou dus wel toezicht moeten houden op de beleidsplannen, maar zij heeft bij het opstellen ervan ook actief deelgenomen. Ze kan dus worden beschouwd ‘als ware zij bestuurder’.

Een curator wil zo veel mogelijk binnen de boedel brengen. Mocht er enig vermoeden zijn dat jij als commissaris aansprakelijk gesteld kan worden, dan is het raadzaam om tijdig advies in te winnen bij een advocaat. Iedere situatie is anders en niets is zo zwart wit als dat in de wet staat vermeld. Een advocaat kan duidelijkheid scheppen voor jou, de wederpartij en indien nodig voor een rechter.

Wat zijn de gevolgen van hoofdelijk aansprakelijkheid?

Een bestuurder is op grond van artikel 248 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement. Dit houdt in dat de schulden worden opgeteld samen met de faillissementskosten. Het totaal bedrag zal worden afgetrokken van het totaal aantal opbrengsten. Het resultaat van deze som zal het tekort in de boedel zijn. Het is mogelijk om door de hoofdelijke aansprakelijkheid één persoon aansprakelijk te stellen. Zelfs als er meerdere aansprakelijk gesteld kunnen worden, bijvoorbeeld een bestuurder en een commissaris die zich feitelijk als bestuurder gedraagt, zal de curator er ook voor mogen kiezen om enkel de bestuurder voor het volledige tekort aan te spreken.

Het begrip ‘hoofdelijk’ staat voor het feit dat je dus een persoon kunt aanspreken, maar tevens voor de bestuurders onderling. Zij zijn in het geval van bestuursaansprakelijkheid voor gelijke delen aansprakelijk. Als één persoon wordt aangesproken door de curator, zal hij voor die andere delen de mede bestuurders (of commissarissen) kunnen aanspreken ten aanzien van dat deel. Het probleem bij hoofdelijke aansprakelijkheid ligt dan meestal tussen de bestuurders onderling, omdat de curator waarschijnlijk maar één bestuurder aansprakelijk zal stellen. Hij of zij hoeft dan immers maar contact op te nemen met één persoon en maar één persoon aan te spreken wat scheelt in tijd en kosten voor de curator zelf. 

Wanneer is sprake van externe bestuursaansprakelijk?

Bovenstaande onderwerpen geven een weergave van interne bestuursaansprakelijkheid. Een externe bestuursaansprakelijkheid ziet op derden die schade lijden. Je kunt dan de bestuurder als derde aanspreken op grond van een onrechtmatige daad. Als een bestuurder jegens jou een verplichting niet is nagekomen, dan zal dit een onrechtmatige daad zijn als aan de vereisten uit het artikel, 162 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is voldaan. Dit bevat, net zoals bij interne bestuursaansprakelijkheid, dat er een ‘ernstig verwijt’ gemaakt moet kunnen worden. Daarnaast zou de bestuurder tegenover de derde een zorgplicht hebben geschonden. Deze zorgplicht ontstaat vanuit de verkeersnomen, dus wat maatschappelijk normaal wordt geacht dat de bestuurder persoonlijk tegenover de derde in acht had moeten nemen.

Uiteindelijk stel je dus bij een externe bestuursaansprakelijkheid de bestuurder gelijk aan een de rechtspersoon en spreek je hem min of meer via het meest gewoonlijke aansprakelijkheidsrecht aan. Aangezien dit voornamelijk vage termen bevat, zal een advocaat voor verheldering kunnen zorgen. Met zijn ervaring en kennis zal hij de juiste argumenten kunnen aanvoeren.

Voorbeeld
Karim is eigenaar van een witgoed bedrijf Witte Wereld B.V. Op een dag komt Sandra binnen met de vraag of er een vriezer in de aanbieding is. Ze laat meteen weten dat ze dringend opzoek is, omdat haar eigen zojuist stuk is gegaan. Al het eten is aan het smelten en dat is erg zonde. Karim ziet een kans en vertelt haar dat er helaas geen vriezer in de aanbieding is. Sandra, die voornamelijk aan haar smeltend eten denkt, gaat uiteindelijk met een middenklasse vriezer naar huis. Nadat de vriezer is geïnstalleerd neemt ze de reclamefolders door die nog in de brievenbus zaten. Ze komt de reclamefolder van Witte Wereld B.V. tegen en ziet op de voorpagina haar vriezer staan die voor 50% is afgeprijsd. Ze belt meteen het bedrijf op, maar Karim stelt: gekocht is gekocht en werkt niet mee met de klacht van Sandra.

Sandra roept de hulp in van een advocaat. Hij zegt dat Karim een zorgplicht had om Sandra op de juiste wijze te informeren. Sandra is tevreden over de vriezer, dus wilt liever geen andere. Ze is echter niet tevreden over de prijs die ze heeft betaald. Haar advocaat adviseert haar om Karim aansprakelijk te stellen op grond van een onrechtmatige daad. Hij heeft immers zijn zorgplicht ten opzichte van Sandra geschonden door te liegen over de aanbieding.

Leg direct je vraag voor aan een advocaat

© advocaatzoeken.nl