7 dagen, 8.00-22.00 uur 088-8338888
088-8338888Gratis en vrijblijvende intake 7 dagen per week 8.00-22.00 uur

Aansprakelijkheidsrecht - Overheidsaansprakelijkheid

Je hebt een aantal weken geleden een vergunningsaanvraag ingediend voor een nieuwe overkapping. De beslissing luidt verbazingwekkende dat de aanvraag is afgewezen. Kun je hier bezwaar tegen maken? Zo ja, waar en wanneer kan dit bezwaar worden ingediend?

Indien de beslissing van het bezwaar niet positief uitpakt, kun je dan nog in beroep gaan? Antwoorden op deze vragen vind je bij een advocaat.

Plaats opdracht

Advocaat Overheidsaansprakelijkheid

Een advocaat tegen de overheid

Een overheid, met de name de gemeente, kan in hoedanigheid van burger optreden. Hiermee wordt niet bedoeld dat ze buiten hun werk rechtshandelingen verrichten, maar dat ze tijdens hun werk handelingen verrichten die gelijk staan aan die van de burgers. Een conflict tussen de overheid en burger valt binnen de rechtscategorie: bestuursrecht. Voorbeelden zijn geschillen over bestemmingsplannen, vergunningen, subsidies, kortom allemaal besluiten van de overheid waartegen de burger beroep in kunnen stellen. Vanaf dit moment is het raadzaam om advies in te winnen bij een advocaat. Mocht er sprake zijn van een situatie met meer complexiteit, dan is het raadzaam om het beroep door een advocaat te laten verrichten. Hij of zij zal het beroep opstellen en indienen. Mocht er een proces volgen, dan zal een advocaat jou hierin tevens kunnen bijstaan. 

Wanneer kan je de overheid aansprakelijk stellen?

Het antwoord op de vraag ‘wanneer’ kan eenvoudig zijn: wanneer er schade is ontstaan door handelen van de overheid. Het eerste vereiste dat hieraan verbonden is, is dat je belanghebbende moet zijn. De belanghebbende is de persoon die zelf nadeel heeft ondervonden van de handeling van de overheid. Het begrip van belanghebbende kent echter een uitzondering. De rechter heeft besloten dat, indien een derde bij de besluitvorming is betrokken, het bestuursorgaan ook voor de schade van deze betrokkene aansprakelijk kan zijn. Dus niet enkel direct belanghebbenden kunnen de overheid aansprakelijk stellen, maar ook indirect belanghebbenden. Een tweede vereiste is al benoemd: er moet sprake zijn van schade of enig nadeel. Indien er geen negatief gevolg van het handelen is, dan is er ook geen grondslag om de overheid aansprakelijk te kunnen stellen. Mocht je twijfelen over het feit of zich een situatie heeft voorgedaan dat wellicht binnen de overheidsaansprakelijkheid valt, dan kun je dit altijd bespreken met een advocaat. Advocaten kunnen situaties herkennen en kansen schatten van een mogelijk aansprakelijkstelling van een bestuursorgaan.

Een onrechtmatige daad door de overheid

De grondslag voor de aansprakelijkheid van de overheid is gelegen in de onrechtmatige daad van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Om te kunnen stellen dat er sprake is van een onrechtmatige daad door de overheid zijn een aantal vereisten aan artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek verbonden.

  1. Er sprake is van een handeling van de overheid die in strijd is met een geschreven of ongeschreven regel.
  2. Degene die schade heeft geleden moet door de geschonden geschreven of ongeschreven regel beschermd worden. (relativiteitsvereiste)
  3. Er moet sprake zijn van een causaal verband tussen de handeling van de overheid en de geleden schade.

Deze vereisten zijn voornamelijk gericht op een onrechtmatige overheidsdaad, maar er dient in eerste instantie ook beoordeeld te worden of er sprake is van een privaatrechtelijke onrechtmatige daad. De bovengenoemde vereisten worden vanuit het privaatrecht nog aangevuld met de volgende vier elementen:

  1. De onrechtmatige daad is toerekenbaar aan het bestuurorgaan;
  2. Er is sprake van schade;
  3. Er is geen sprake van eigen schuld van de burger;
  4. Er is geen sprake van verjaring.

In totaal zijn er zeven vereisten waaraan voldaan moet zijn om een geslaagd beroep te kunnen doen op een onrechtmatige overheidsdaad. Een extra vereiste, wat hierbij niet genoemd wordt, is dat je enkel een beroep kunt doen op artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek als het een geschil is tussen burgers onderling. Aangezien een bestuursorgaan ook burgerlijke handelingen kan verrichten, kun je alleen een beroep doen op de onrechtmatige overheidsdaad indien er sprake is van een dergelijke handeling. 

Welke rechter is bevoegd?

De overlap tussen het bestuursrecht en het privaatrecht zie je ook bij de toegang tot de rechter. Aangezien zowel de burger als de overheid is betrokken bij het conflict kan men zowel bij de civiele rechter als bij de bestuursrechter. Mocht je bij de bestuursrechter terecht willen dien je echter wel rekening te houden met de grens van € 25.000, -. Mocht het vergoedingsbedrag hoger zijn dan € 25.000, - dan kun je enkel bij de civiele rechter terecht. Deze regel kent wel nog een uitzondering: betreft het een ambtenaarrechtelijke kwestie, dan is de bestuursrechter exclusief bevoegd. Indien er een beroep wordt ingediend tegen een besluit van de overheid, dan zal dit meestal bij de Centrale Raad van Beroep worden afgehandeld. De Centrale Raad van Beroep is een van de drie hoogste bestuursrechters.

Kun je schadevergoeding vorderen van de overheid?

Je kunt dus in elke situatie bezwaar maken of in beroep gaan tegen een besluit van de overheid. Hierbij kun je schadevergoeding vorderen. Het is echter raadzaam om hierbij een advocaat te betrekken. Hij of zij kan schatten hoe hoog de vordering van de schadevergoeding moet zijn en hoe deze ingediend te worden. Je kunt wel voor elke situatie naar de civiele rechter of naar de bestuursrechter, maar als het schadevergoeding betreft, dien je eerst het specifieke bestuursorgaan de kans te geven om de schadevergoeding te voldoen. In de volgende situaties kun je een schadevergoeding van de overheid vorderen.

  • Wegens het niet tijdig beslissen over een verzoek;
  • Wegens overschrijding van de redelijke termijn ;
  • Wegens het feitelijk handelen van het bestuursorgaan.

Welke schade zal door de overheid worden vergoed?

Bij een feitelijke handeling kan vaak de schade in de letterlijke waarde ervan worden berekend. In een situatie waarbij een termijn is overschreden, wordt een schatting van de schade gemaakt. Hierbij wordt zowel de geleden schade als de toekomstige schade berekend. Om te weten welke schade daadwerkelijk in aanmerking komt voor een vergoeding, wordt door de bestuursrechter bepaald aan de hand van wettelijke regels die hieraan verbonden zijn. Het antwoord op de vraag welke schade en of er schade vergoed dient te worden, hangt voornamelijk af van de feiten en omstandigheden.

Voorbeeld
Berend wil al enige tijd zijn woonkamer uitbreiden met een aanbouw. Hij vraagt een vergunning aan bij de gemeente. De ambtenaar die de aanvraag in behandeling heeft genomen, heeft hem al verzekerd dat het waarschijnlijk geen probleem zal zijn. Op grond hiervan besluit Berend alvast alles in werking te zetten. Hij kan echter pas beginnen zodra de beslissing is genomen, dus hij heeft met de aannemer afgesproken dat ze pas over 6 weken beginnen. De aannemer gaat hiermee akkoord. Berend heeft echter nog geen bericht van de gemeente, dus moet helaas de aannemer vragen later te beginnen. De aannemer is hier niet blij en verzoekt Berend om een vergoeding vanwege de uitgestelde werkzaamheden. Een week later komt de beslissing van de gemeente binnen; Berend mag zijn aanbouw bouwen.

Berend vindt echter dat niet hij maar de gemeente deze vergoeding aan de aannemer moet betalen. Hij vordert een schadevergoeding. De gemeente ziet niet in waarom die week extra een dergelijk probleem had kunnen opleveren en wilt geen gehoor geven aan de vordering van Berend. Berend besluit dat beter een bestuursrechter over de zaak kan beslissen. Hij belt een advocaat die voor hem een verzoek indient bij de bestuursrechter. De beslissing van de bestuursrechter is gunstig voor Berend. De gemeente wordt verplicht gesteld tot betaling van de wettelijke rente over te gaan. De schadevergoeding in de vorm van een wettelijke rente wordt beschouwd als een materiële schadevergoeding.

Het is echter ook mogelijk om immateriële schade te vorderen. Dit is bijvoorbeeld het geval van bedrijven waarbij reputatieschade het gevolg was van de handeling van de overheid. Dit dient echter door de eiser bewezen te worden. Indien een bedrijf schadevergoeding vordert, moet ditzelfde bedrijf aantonen dat de overheid inderdaad voor deze schade aansprakelijk is.

Plaats direct je vraag

© advocaatzoeken.nl