7 dagen, 8.00-22.00 uur 088-8338888
088-8338888Gratis en vrijblijvende intake 7 dagen per week 8.00-22.00 uur

Strafrecht Particulier - Opsporingsonderzoek

Je ziet het vaker in tv-programma’s, denk bijvoorbeeld aan Flikken Maastricht, dat de politie een verdachte aanhouden en verzoeken mee te komen naar het bureau.

Daar zal de verdachte een ondervraging ondergaan of de verdachte wordt geïnformeerd over alles wat al over hem of haar bekend. Mag dit allemaal wel en is het van belang om vanaf dat moment een advocaat te bellen?

Plaats direct je vraag

Advocaat Opsporingsverzoek

Opsporingsonderzoek binnen het strafprocesrecht

Het opsporingsonderzoek is het beginpunt van het strafprocesrecht. Het bestaat uit een drietal elementen, die samen het onderzoek op een juiste manier kunnen voltooien. Het is immers een onderzoek in verband met strafbare feiten, dat wordt uitgevoerd onder gezag van de officier van justitie en het nemen van strafvorderlijke beslissingen wordt als doel gezien.

Het is echter niet zo dat als er sprake is van een strafbaar feit, dat dit altijd tot een strafvorderlijke beslissing leidt. Met een strafvorderlijke beslissing bedoelen we simpel gezegd het opleggen van een straf of maatregel. Het opsporingsonderzoek is er enkel op gericht dat strafbare feiten aan het licht worden gebracht. Vaak is er tijdens het inzetten van het opsporingsonderzoek nog weinig bekend over het strafbare feit. Echter is het doel van het nemen van een strafvorderlijke beslissing wel van belang voor het onderscheid tussen een gewoon onderzoek of een opsporingsonderzoek.

Zijn er meerdere vormen van opsporing?

Ten eerste bestaat er de ‘klassieke’ opsporing. Deze worden toegepast om enige ordening aan te brengen. Deze opsporing wordt ingezet nadat er een redelijk vermoeden bestaat dat er een strafbaar feit is gepleegd. Er hoeft verder nog geen duidelijkheid te zijn. Het volgende voorbeeld beschrijft een klassieke opsporing:

Voorbeeld
Agnes belt de politie met de mededeling dat ze aan de overkant van de straat een persoon heeft gezien die het raam van een huis heeft vernield en op die manier het huis is binnengedrongen. Op basis van deze informatie komt de politie ter plaatse en houdt zij de binnendringer aan en neemt deze voor verhoor mee naar het politiebureau.

Ten tweede is er een vorm die ‘vroegsporing’ wordt genoemd. Er hoeft dan nog geen concreet strafbaar feit te zijn gepleegd, maar er dient een redelijk vermoeden te bestaan dat er in een georganiseerd verband ernstige strafbare feiten zijn of zullen worden gepleegd. Vaak wordt hiermee de georganiseerde criminaliteit bestreden, zoals mensenhandel of drugsbendes.

Tot slot is een veelvuldig uitgevoerde vorm; de repressieve controle. Dit onderzoek is er op gericht om strafbare feiten te ontdekken. Denk hierbij aan het inzetten van alcoholcontroles langs de kant van de weg. Er wordt pas een zaak gemaakt op het moment dat er een strafbaar feit gepleegd is, maar dit moet eerst ontdekt worden. Dus als iemand te veel heeft gedronken, zal hij of zij strafrechtelijk vervolgd worden.

Verschillende opsporingsmethodes

Er zijn wettelijke en buitenwettelijke opsporingsmethoden. Dit betekent dat niet alle opsporingsmethoden zijn te plaatsen binnen het kader van de wet.

  • Deskundig onderzoek
  • Technisch opsporingsonderzoek 
  • Verhoor van de verdachte
  • Verhoor van een getuige

Het deskundig onderzoek wordt ingesteld om informatie te verschaffen in het belang van het onderzoek. Stel dat er zich een situatie voordoet die voor iedereen onduidelijk is. Denk hier bijvoorbeeld aan DNA onderzoek, alcohol onderzoek etc.

Voorbeeld
Iwan rijdt op een donderdagavond over een lange slingerende weg. De maximale snelheid is 80 km/u. Hij rijdt elke dag over deze weg, dus hij heeft zijn gedachten op nul en denkt al aan wat hij ’s avonds gaat eten. Hij rijdt ondertussen harder dan de maximale snelheid, maar hij let goed op. Plots steekt een oma maar haar kleinkind de weg over. Iwan ziet het en remt meteen. Ondanks zijn snelle reactie kan hij een botsing niet voorkomen. De oma en haar kleinkind overlijden ter plaatse.

De politie start een onderzoek naar de oorzaak van het ongeval. Resultaten van een aantal testen maken duidelijk dat Iwan niet onder invloed was van drank en/of drugs. De remsporen op de weg maken duidelijk dat Iwan hard heeft geremd. Echter is nog onduidelijk hoe hard Iwan heeft gereden. Stel dat hij 85 km/u te hard heeft gereden, zal dit niet als oorzaak van het ongeval beschouwd worden. Echter zal een deskundige moeten uitwijzen of hij niet harder dan 85 km/u heeft gereden. Een deskundige kan bijvoorbeeld zeggen dat Iwan ongeveer 100 km/u heeft gereden. Op een slingerende weg waar je maximaal 80 km/u mag, zal de rechter kunnen beslissen dat dit in een grote rol heeft gespeeld in het veroorzaken van het ongeval.

Hieruit blijkt het belang van een deskundige tijdens het opsporingsonderzoek. Het technisch onderzoek vult het deskundigenonderzoek in bepaalde situaties aan. Dat Iwan in eerste instantie werd getest voor drank en drugs, is een technisch opsporingsmiddel. Een belangrijk technisch opsporingsonderzoek is het onderzoek naar DNA. Vaak speelt dit een rol bij misdrijven.

Een advocaat zal tijdens deze onderzoeken niets kunnen doen, maar nadat de resultaten bekend zijn, heeft een advocaat de meeste inzichten over het verdere verloop van het proces. Het is dus van belang om een advocaat bij het proces te betrekken zodra een onderzoek is gestart. Er bestaat immers een mogelijkheid om betrokken te raken bij het onderzoek en de resultaten. Daarnaast kan een advocaat er voor zorgen dat je alle informatie ontvangt die je helpen je rechtspositie te versterken. Als je dit te laat doet, zal dit zijn naslag vinden in het verkregen bewijsmateriaal en kun je op grond van het bewijs van de wederpartij veroordeeld worden.

Verhoor van verdachte

Het verhoren van verdachte(n) is een van de belangrijkste opsporingsmethodes. Dit is echter een andere manier van verhoren dan het verhoren van een verdachte als procespartij. Als de verdachte een procespartij is, dan is hij het onderwerp van het onderzoek. De gehele strafrechtelijke vervolging zal niet bestaan, indien er geen verdachte zou zijn. De ondervraging is er op gericht op de strafrechtelijke vervolging verder te helpen. Hij kan voor verheldering van de feiten en omstandigheden zorgen.

Bij een verdachte in de opsporingsfase dient er een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit te zijn. Als dit dergelijk vermoeden er is, dan is de opsporingsambtenaar verplicht om de cautie te verlenen. De cautie wil zeggen dat hij de verdachte wordt medegedeeld dat hij niet verplicht is tot het beantwoorden van de gestelde vragen, oftewel het zwijgrecht. Echter mag een opsporingsambtenaar dus wel vragen stellen.

In het opsporingsonderzoek wordt het verhoor van een verdachte mogelijk gemaakt door het inzetten van dwangmiddelen. Tijdens het opsporingsonderzoek is tijd zeer belangrijk element. Een verhoor kan er voor zorgen dat het opsporingsonderzoek wordt opgehouden zodat er meer tijd kan worden gerekt. Daarnaast mogen ze nog vragen stellen aan de verdachten wat hen ook dichter bij de feiten kan brengen. Vooral in het opsporingsonderzoek is een vraag betreffende de identiteitsvaststelling of personalia van groot belang. Meestal weet een opsporingsagent in die fase nog niet wie ze hebben aangehouden.

Een verhoor kan in verschillende vormen plaatsvinden:

  • Telefonisch
  • Schriftelijk
  • Videoconferentie

In elke situatie geldt dat een opsporingsambtenaar vragen mag zelf en jij als verdachte geen antwoord hoeft te geven. Een verklaring is ook tijdens het opsporingsonderzoek van groot belang. Daarom is het ook van groot belang om je te laten bijstaan door een advocaat.

Een aantal jaren geleden was het nog niet mogelijk om een advocaat bij het verhoor aanwezig te laten of überhaupt te consulteren de aanvang van het verhoor. Dat recht is aangepast, omdat achteraf bleek dat een verhoor tijdens het opsporingsonderzoek vaak van net zo groot belang is als een verhoor tijdens een strafrechtelijke vervolging. In de bekende voorbeelden van de Schiedammer Parkmoord en Puttense Moordzaak werden valse bekentenissen afgelegd, omdat de verdachte zich in een kwetsbare positie bevond en bezweek onder de druk van de politie.

Nadat bekend werd dat deze valse bekentenissen zoveel effect hadden, is een wetsvoorstel ingediend. Deze resulteerde in een wetswijziging in 2014. Hierin is bepaald dat het bij een verhoor tijdens het opsporingsonderzoek is toegestaan voor de verdachte om zich te laten bijstaan door een advocaat.

Ook al denk je dat je opgewassen bent tegen de politie, vraag altijd hulp van een advocaat. Een advocaat mag vragen stellen, opmerkingen maken en om een time out vragen. Dit heb je vaak nodig nadat de politie zijn verhoortechnieken toepast en jij steeds kwetsbaarder zult worden.

Verhoor van getuige

Het verhoor van een getuige in de opsporingsfase geschiedt bijna hetzelfde als die van een verdachte. Er worden vragen gesteld zodat er meer feiten over het strafbare feit achterhaald kunnen worden. Een verschil met het verhoor van een verdachte wordt al vanaf het begin duidelijk gemaakt. Het verhoor van een verdachte vangt aan met het geven van de cautie, terwijl dit bij een getuige niet hoeft.

Dat de cautie niet wordt gegeven komt vanwege het vrijwillige karakter van het getuigenverhoor. Het getuigenverhoor wordt niet als dwangmiddel toegepast en daardoor zijn er geen wettelijke bepaling opgenomen die een getuigenverhoor reguleren.

Net zoals een verklaring die door een verdachte wordt afgelegd, geldt een verklaring van een getuige ook als bewijs. Echter is hier de volgende uitzondering op:

Voorbeeld
Bertine zit rustig op de trein te wachten. Naast haar komt een groepje jongeren staan. Ze lijken ruzie te maken en Bertine spits haar oren om er niets van te hoeven missen. ‘Nog een woord en je krijgt klappen’, sist een van de jongens. Bertine beseft dat het dreigement serieus is en verplaatst zich iets verderop op het station. Het is de laatste trein op maandagavond en is bijna niemand op het station aanwezig. Vlak nadat Bertine weg is gelopen, breekt er een grote ruzie tussen de jongens uit.

De dag erna blijkt een van de jongens zodanig mishandeld te zijn dat hij in het ziekenhuis terecht is gekomen. De politie verhoort het slachtoffer, maar hij heeft geen idee wat er gebeurd is. Daarnaast waren de jongens ook niet zijn vrienden en heeft hij niet onthouden hoe ze eruit zagen.

Bertine ziet het bericht over het incident in de krant met een oproep voor eventuele getuigen. Ze besluit gehoor te geven aan de oproep en legt een verklaring af. De daders worden ondanks de gedetailleerde verklaring, niet vervolgd.

De verklaring van Bertine is belastend voor de verdachte jongeren, maar het is het enige bewijs dat de politie in handen heeft. Een getuige heeft de mogelijkheid om een belastende verklaring af te leggen om er voor te zorgen dat de verdachten strafrechtelijke vervolgd worden. Het motief van deze belastende verklaring kan ook anders zijn dan enkel het helpen van het opsporingsonderzoek. Bertine had ook verklaring kunnen omdat ze de daden van de jongeren zo afschuwde, dat ze er een aantal feiten heeft bij verzonnen, zodat de jongeren naar haar mening de straf zouden krijgen die ze verdienen.

Als het maar één verklaring is, zal deze niet als bewijs dienen. Het getuigenverhoor is enkel een aanvulling en soms een bevestiging op de bewijsmiddelen waarop de politie al beschikt.

Rol van de politie tijdens het opsporingsonderzoek

De politie heeft een hulpverleningstaak de handhaving van de openbare orde en de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. De laatst genoemde handhaving omvat de daadwerkelijke voorkoming, de opsporing, de beëindiging, de vervolging en de berechting van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van beslissingen van de rechter of het openbaar ministerie. Daaruit blijkt dat de politie een belangrijke rol heeft binnen het opsporingsonderzoek. Vaak beëindigt de politie ook al door het verrichten van opsporingshandelingen het strafbaar feit. Het is namelijk mogelijk dat een verdachte niet vervolgt hoeft te worden.

Tijdens het opsporingsonderzoek probeert de politie de vragen te beantwoorden: wat is er gebeurd en wie is voor het strafbare feit verantwoordelijk? Deze vragen zijn belangrijk in het opsporingsonderzoek. Hij heeft hiervoor middelen om tot deze waarheid te komen. Een van deze middelen is het verhoren van verdachten en/of getuigen. Daarnaast mogen ze ook dwangmiddelen inzetten als hiervoor toestemming van de officier van justitie is verkregen.

De rol van de politie is dus groot tijdens het opsporingsonderzoek. Jij hebt als gewone burger vaak niet de middelen en kennis om een sterke positie binnen dit opsporingsonderzoek te creëren. Een advocaat heeft deze middelen en kennis wel en zal je kunnen bijstaan en adviseren in de situatie waar je je op dat moment in bevindt.

Waarom een advocaat tijdens het opsporingsonderzoek?

Het opsporingsonderzoek staat bekend om een zeer kwetsbare, maar tevens belangrijke fase van het strafrechtelijk onderzoek. De waarheidsvinding die de politie en rechterlijke macht verricht is in deze fase het grootste doel. Er wordt met dwangmiddelen, verhoren en aanhoudingen getracht om zo veel mogelijk informatie te verzamelen die uiteindelijk tot de waarheid zal moeten leiden. Echter ben jij als verdachte de enige die de waarheid kent. Dit is de reden dat je als verdacht je in een positie bevindt waarbij mensen alles willen achterhalen wat jij weet en tevens ben jij ook de persoon waartegen het onderzoek is gericht en de persoon waarover een strafvorderlijke beslissing over genomen wordt.

Leg direct je vraag voor aan een advocaat

© advocaatzoeken.nl